Zondagochtend ging ik met Hans en Marja Terschegget richting het circuit van Folembray, in de buurt van Reims (F). Daar zou ik mijn laatste race op een Aprilia RSV Mille gaan rijden tijdens de Combi Endurance Race. Deze was georganiseerd door Jan Crauwels, een zeer actief Belgisch lid van de Aprilia Riders Association. Folembray is een klein circuit, omgeven door een prachtige bosrijke natuur. Daar aangekomen hebben we de spullen in het hotel gezet en zijn we richting de Champagnestreek gereden, langs de druivenvelden van Mumm, Moët & Chandon en noem ze allemaal maar op. We togen richting Ambonnay, waar we een aantal lekker flessen champagne confisqueerden (waaronder eentje van 18 jaar oud!). Helemaal blij was ik, want welke Molukker kan nu zeggen dat hij Ambonese champagne heeft? ’s Avonds in het hotel nog heerlijk gegeten, flink gelachen en een biertje genuttigd.
’s Ochtends regende het behoorlijk en aangezien het windstil was, leek het me niet aannemelijk dat het snel droog zou worden. De ochtend stond in het teken van het circuit verkennen, dus 2 sessies achter de marshall en de 3e sessie vrij rijden. De middag stond in het teken van de Endurance race. Ik vormde een team met Hans en Siegfried, een vriend van Jan. Ik was ingedeeld bij de snelle mannen. Er zaten 10 man in een groep en daarvan reden er 7 op regenbanden. Die had ik speciaal thuisgelaten, want ik wist dat als het zou gaan regenen dat ik met regenbanden weer vol zou gaan. Nu wist ik dat ik kansloos was en hoefde ik me ook niet te laten opnaaien. Het belangrijkste was namelijk NIET crashen met de Haga!
We startten op de 2e startplek, omdat ik het lootje met nr. 2 trok (yes!). Konden we in ieder geval zeggen dat we ooit 2e lagen! Siegfried zat in de langzame groep en die moest beginnen: met een Le Mans start.
Hij vertrok als 4e. De hele middag bleef het regenen en we glibberden over de baan. Ik wist nog een zeer respectabele 1:10.250 neer te zetten, slechts 8 sec. langzamer dan de snelste regenbandenmannen. Niet verkeerd op Pirelli SuperCorsa’s, een soort opengesneden slicks. Volgens Cor Dekker en Klaas-Jan Bijkerk gleed ik alle kanten op. Toch heb ik niet 1 gevaarlijk moment gekend c.q. ervaren, gelukkig. Hans ging ook behoorlijk goed over het circuit. Het zag er gecontroleerd uit. Na ieder 5 sessies van 20 min. te hebben gereden waren we uiteindelijk wel laatste geworden. We eindigden met 10 ronden achterstand op de snelsten, maar de lol was er niet minder om. Toen ik de winnaars vroeg waarom ze zo hun best deden voor de dezelfde medaille, kreeg ik wat wazige blikken en vage antwoorden. Voor ons was het een hartstikke leuke dag en dat was belangrijker dan winnen. Klinkt wat lullig uit mijn toetsenbord, maar deze motor moest een zou heel naar de finish gebracht worden en winnen was nu even minder belangrijk. Niet dat ik de laatste plaats had ingecalculeerd, maar ach……. Het was een perfect georganiseerd evenement, dat helaas in de op een na laatste ronde jammer genoeg toch nog een crash moest noteren.
De terugweg werd ook nog aardig. Eerst vielen mijn knipperlichten uit, toen mijn benzinemeter, daarna de temperatuurmeter. Maar gelukkig bleef het daarbij. Tenslotte werd ik nog aangehouden door de Belgische douane, die een fles champagne wilde vorderen. Na mijn vraag wat ze daarmee moesten, aangezien ze onder diensttijd toch niet mochten drinken, werd ik gesommeerd als de sodemieter weer door te rijden.